Integratie

De belangrijkste uitgangspunten voor dit ontwerp zijn de complexe omgevingsfactoren van het perceel en de wens van de klant dat de woning zou voldoen aan de passiefstandaard. Beide factoren houden restricties in die sterk bepalend zijn in de verdere uitwerking van het ontwerp.

Vooreerst is er de ligging van het perceel in een straat die oorspronkelijk een holle weg was. Vandaag is het terrein één van de laatste braakliggende percelen waar het talud nog onaangeroerd is. De vorm van het perceel heeft uiteraard gevolgen voor de inplanting en de organisatie van de woning. Aangezien het toegelaten volume boven de kroonlijst (niveau +01) eerder beperkt is, wordt ervoor geopteerd om de traditionele woonopstelling te herzien en de slaapvertrekken in de kelder te voorzien. De leefruimten worden dan op het talud (niveau +00) ingepland en onder het hellend dak komt een polyvalente ruimte. Om de slaapkamers die ondergronds gesitueerd zijn geen keldergevoel te geven, werd het concept van de buitengang uitgewerkt, waarbij er natuurlijk daglicht in de kamers kan binnendringen. Om dit te bekomen wordt gewerkt met een deels afgegraven talud aan de linkerzijde van de woning ter hoogte van deze buitengang.

Ten tweede was er de wens om te voldoen aan de passiefstandaard. Belangrijk hierbij zijn de zonnewinsten ter hoogte van de zuidzijde. In de praktijk betekent dit grote, beglaasde oppervlakken in de zuidgevel, zijnde de linkerzijgevel. Binnen het stedenbouwkundige gegeven is dit mogelijk zonder de privacy van de linkerburen te hypothekeren, aangezien hun noordgevel relatief gesloten werd gehouden (verder is de inkijk, ondanks de voorziene beglazing, zeer beperkt gezien het feit dat achter de beglazing de traphal is gesitueerd). Wel veroorzaakt de positie van de linkerwoning vrij veel beschaduwing op de zuidgerichte ramen, waardoor het belangrijk werd om de hoger gelegen glasoppervlakte -die niet beschaduwd wordt- groot genoeg te maken.

Door de keuze voor een sobere vormgeving van het nieuwe volume en de doordachte planopmaak wordt verder getracht een rationeel en afgelijnd ontwerp af te leveren waarin de opdrachtgever de gevraagde functionaliteiten en privacy terug kan vinden. De woning tracht zich in te nestelen tussen omliggende buurwoningen, straat en de verdere omgeving door tegelijk aan te sluiten bij de bestaande vormentaal (indeling van de woning) en anderzijds zijn eigenheid weer te geven door de moderne en gedurfde materiaalkeuze.

Het globale grondplan van de woning is vrij ruim, maar toch is er gestreefd naar een zo compact mogelijk volume (in relatie tot de bouwoppervlakte) om te voldoen aan de voornaamste eis naar compactheid bij de bouw van een passiefwoning.

Volumewerking

Het eerste niveau, de kelderverdieping, is ingewerkt in het bestaande talud. De hoogte van de nulpas en de kroonlijsthoogte van de woning werden afgestemd op de respectievelijke niveau’s van de linker- en rechterbuurwoningen. De woning is zo ingepland dat de verhoudingen tussen de nulpas en de kroonlijsthoogte ten opzichte van beide buren gerespecteerd werden en de vastgelegde niveau’s een logisch en gelijkmatig, trapsgewijs vervolg kennen. Bovendien is een andere, balangrijke oorzaak van de verdiepte inplanting te vinden bij het passiefconcept dat toegepast wordt op deze woning. De isolatiepaketten zijn veel dikker dan een doorsnee woning, waardoor de woning in zijn geheel ook hoger is. Om toch te voldoen aan de stedenbouwkundige eis van een maximale kroonlijsthoogte van 6,00m boven het straatniveau moest de woning dus dieper dan het straatniveau worden ingegraven. Door deze verdiepte inplanting helt de oprit lichtjes af vanaf de straat, ongeveer een 50cm.

Het keldervolume is kleiner dan het bovenliggend volume van de begane grond. Onder de overkraging van niveau +00 bevindt zich een carport voor twee personenwagens. De woning bestaat bovengronds uit een rechthoekig, bakstenen volume, waarin enkel ter hoogte van de traphal een uitsparing is voorzien voor de traphal. Deze traphal is in de linkergevel duidelijk afleesbaar als een over bijna de volledige hoogte beglaasde strook die de verschillende niveau’s verbindt. Verder is op het bakstenen volume een hellend dak voorzien dat bekleed is met zink met staande naad. Deze zinken gevelbekleding loopt in de rechterzijgevel door tot op de kelderverdieping. Achteraan is er een dakkapel voorzien die aansluiting zoekt met het zinken dakvolume. Vanaf de oprit vertrekt een betonnen trap in een slingerbeweging rond het rechtergedeelte van de voorgevel en het voorste gedeelte van de rechterzijgevel. De trap wordt een pad dat één trede onder de nulpas van de woning ligt. Waar het pad het terras raakt is er nog één trede om het terras te bereiken dat tegelijk ook op de nulpas van de woning ligt. Achter de woning bevindt zich nog een bijgebouw dat dienst zal doen als werkruimte, sauna en buitendouche voor de zwemvijver. Dit alles in ingepland tot één meter vòòr de 50m-lijn die de grens met de agrarische zone aangeeft. De woning is vanaf de straat toegankelijk via een oprit met een breedte van 6,00m. Deze oprit is langs beide zijden afgeboord door middel van betonnen keerwandelementen die de doorprikte taluds tegenhouden. De nieuw ontstane taluds worden aangelegd als groene heuvels zodat het idee van de holle weg toch behouden blijft in het straatbeeld.